Wat deed Jezus op Stille Zaterdag? 'Nedergedaald ter helle', zegt de Apostolische Geloofsbelijdenis. In Matteüs 12:40, Handelingen 2:24,31, Efeziërs 4:8-10 en 1 Petrus 3:18-20 wordt ons slechts een tipje van de sluier opgelicht. Waar was Hij, wat deed Hij, in welke toestand bevond Hij zich?

Was het een voortzetting van zijn kruislijden, op de plek van de absolute Godverlatenheid, want dat is toch de hel: de volstrekte afwezigheid van God? Dan deed Jezus dit voor ons, "opdat wij nooit meer door God de Vader verlaten zouden worden' (Marc. 15:34). Het was Calvijn die de nederdaling in het rijk van de dood langs deze lijn interpreteerde. Je vindt dat ook terug in ons klassieke avondmaalsformulier.

Of was Jezus daar om het evangelie te verkondigen 'aan de geesten in de gevangenis / de doden' (1 Petr. 3:19, 4:6), zodat wij - zoals Hebreeën 11:40 dat zegt - niet zonder de mensen uit de tijd voor Christus' komst (= de oudtestamentische gelovigen) tot de volmaaktheid zouden komen? Sterker nog, het gaat om de meest goddeloze generatie die er in Joodse ogen ooit is geweest: de generatie van Noach. Dat geeft hoop voor alle generaties die gestorven zijn zonder ooit van Christus gehoord te hebben.

Of staat Christus hier aan de poorten van de onderwereld te rammelen, om met Zijn macht de poorten van de hel te verbreken en de macht van de duivel definitief te breken (Joh. 12:31, Hebr. 2:14, vgl. Kol. 2:15)? Dat is dan in zekere zin in lijn met Jezus' woord voor één van de gekruisigde misdadigers naast Hem: "Vandaag nog zul je samen met Mij in het paradijs zijn" (Luk. 23:43). Het paradijs was in de opvatting van die dagen de rustplaats voor zielen van rechtvaardigen die gestorven waren en die wachtten op de opstanding der doden.

In de vroege kerk was dit een oud en krachtig motief: Christus heeft hier de machten van de dood geketend en overwonnen. Op veel opstandingsiconen kun je dat terugvinden.
Dat Christus in het dodenrijk, al gelijk na zijn sterven, de overwinning over de dood proclameert, valt ook af te leiden uit het evangelie van Matteüs (27:51-53 - alleen hier!), waar direct nadat het voorhangsel van de tempel gescheurd is, de graven van 'gestorven heiligen' (de oudtestamentische vromen?) openbreken en er twee dagen voor Pasen al een eerste opstanding is....

Of is het allemaal tegelijk waar?

Het veelbesproken boek Wake Up! van Arno Lamm & Emile-Andre Vanbeckevoort legt hier ook een verband met de 15e Nisan. De auteurs wijzen erop dat Jezus op Nisan 15 in het graf en in het dodenrijk was. "Hij had de sleutels van het dodenrijk en de dood kon over Hem niet zegevieren, net zoals de dood geen grip had op de Hebreeërs die het bloed van het pesachlam op hun deurposten hadden aangebracht. Op Gods kalender was Nisan 15 naar de Hebreeuwse overlevering ook de dag waarop Daniël in de leeuwenkuil werd gegooid, maar de leeuwen hem niets konden doen." (pag. 239)

Hoe dan ook, in onderstaande tekst uit het boek Intercity, bestemming Pasen (pag. 74-75) is Stille Zaterdag niet zo stil … er wordt geleden en gestreden.
En… er wordt vrucht gedragen: opstandingsleven ! 

Er is wat afgevochten vandaag
daarbinnen
achter die steen

Gevochten
tussen angst en liefde
hoop en vrees
dood en leven
angst en vrijheid
hemel en hel

De rook van de strijd
hangt om te snijden in het donker
Er is wat afgevochten vandaag
op een bedrieglijk stille zaterdag

Het heeft erom gespannen
hoe de steen zou rollen
en wat naar buiten komen zou

De hel met zijn gruwel
van nooit meer anders
en ‘zo is het nu eenmaal’
Of de Mens, die spreken kan
van weg en waarheid
en leven voor altijd

Nee,
zo stil was het nog niet vandaag

Om te bidden (uit In Gebed, pag. 427-428):

Uw Zoon, Vader,
heeft zich na zijn dood aan het kruis
bovendien nog naar de hel laten zenden,
naar dit meest verlaten en woeste oord,
dat nooit door een levende werd betreden.
Hij heeft dit gedaan om beter aan uw mysteries deelachtig te worden,
om U te tonen, dat Hij nooit genoeg kan doen in uw dienst
in zijn liefde tot U.
Dit 'overstijgen' van het kruis heeft Hij U aangeboden
met het verdere 'overstijgen' van de nederdaling ter helle.
                                                                   (Adrienne von Speyr)