HANDREIKING VOOR BIDDERS EN BEROEPINGSWERK
in geval van PREDIKANTSVACATURE


"Het komt immers niet aan op wat de mens ziet,
 de mens toch ziet aan wat voor ogen is,
 maar de HEER ziet het hart aan." (1 Sam. 16:7)
 
De geschiedenis uit 1 Samuël 16:1-13 laat ons zien hoe Samuël erachter komt wie de gezalfde des Heren is om Saul als koning op te volgen. Het is een prachtig voorbeeld hoe de Here God op een heel eigen wijze te werk gaat in zijn verkiezend handelen. Samuel zal daar het nodige van geleerd hebben. De belangrijkste les is dat de Here God niet zozeer op het voorkomen let, zoals wij mensen dat doen, maar dat Hij het hart aanziet! Hij kent en doorgrondt ons immers. En uit het hart komen de overleggingen en beslissingen van een mens, dus ook van een leider voort. Bijbels leiderschap en de verkiezing/roeping daarvan is dus in allereerste plaats een vraag naar de innerlijke gezindheid, de innerlijke gesteldheid. De Geest van God brengt dat aan het licht. En dan mag er ook met een duidelijke overtuiging verkozen worden: Zalf hem, deze is het!
 
Voorbede voor het beroepingswerk in onze kerken

Jaren geleden werd ik gebeld door een bidster uit een plaatselijke vacante gemeente, met het verzoek het zoeken van een nieuwe predikant bij onze gebedsgroepen als gebedspunt aan te bevelen. Toen zij daar over belde, gingen er bij mij een aantal zaken weer opnieuw als een soort wekker af. Dat deed mij besluiten om onderstaande op papier te zetten.
 
1.  Het komt mij voor dat er weinig beroepingswerk in onze kerken is dat het gebed als primaire uitgangspunt heeft en dat ook praktiseert. In de afgelopen jaren heb ik dat echt geconstateerd als een manco bij veel beroepingscommissies. Er wordt veel vergaderd, veel gehoord en gesproken, maar hoeveel wordt er gebeden door de commissieleden zelf en door de gemeenteleden? Er wordt misschien nog wel geopend of gesloten, maar echt samen eenparig God zoeken is vaak een zeldzaamheid.

Om voor te bidden: dat beroepingscommissies en gemeenteleden gaan ontdekken dat bidden en beroepingswerk onlosmakelijk bij elkaar gaan horen.
 
2. Met de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland (2004) zijn veel gemeentes op zoek gegaan naar een nieuwe invulling van hun identiteit. Dat was en is soms een spannend proces. Juist in het beroepingswerk komen dan vaak belangrijke onderwerpen op tafel.
Als predikant wil je weten welke koers een gemeente en haar kerkenraad voor ogen heeft. Op grond van die informatie beslis je als predikant wel of niet nader contact te hebben met een gemeente, hoorcommissie e.d.. Beroepingscommissies zijn soms samengesteld uit een bepaald segment van de gemeente, die met de gemeente een bepaalde kant uit wil. Daardoor kun je als predikant wel eens een vertekend beeld van de roepende gemeente krijgen, met alle gevolgen van dien.

Om voor te bidden: dat beroepingscommissies op een goede wijze weten te verwoorden hoe de wijkgemeente is en op welke weg zij zich bevindt. Bid dat beroepingscommissies zó zijn samengesteld dat ze de gemeente dienen in het zoeken naar een herder en leraar naar Gods hart. Bid in elk geval voor de scriba's en voorzitters van deze beroepingscommissies die de eerste contacten met predikanten leggen en die als een spin in het web vaak erg belangrijk zijn.

3. Predikanten met meerdere (zeg maar 15-20) dienstjaren hebben vaak moeite om een beroep te krijgen, terwijl ze wel graag nog een keer een nieuwe start willen maken. Dit kan zowel voor de dienstdoende predikant als voor de gemeente waaraan ze verbonden zijn, een hele opgave zijn. De kerkenraden hebben vaak geen zicht op deze stagnatie van doorstroming van predikanten. Met als gevolg dat motivatie en enthousiasme om de gemeente te dienen steeds moeilijker op te brengen is.
 
Om voor te bidden: dat beroepingscommissies verder zullen kijken dan predikanten tot 45 jaar, en zullen ontdekken welke mannen en vrouwen van God daar in grote trouw op latere leeftijd de Heer van de Kerk met de hun geschonken gaven dienen.
 

Ook is het goed om deze voorbede voor het beroepingswerk een plek te geven in bredere geledingen van de gemeente. Ik noem:
-    de zondagse voorbede;
-    de diverse vergaderingen;
-    de eventuele gebedsgroep(en) bij tijd en wijle (informeer hen!);
-    de binnenkamer;
-    middels een stukje in het kerkblad


Ten slotte:
"De Heer ziet het hart aan". In onze kerken heeft de Here God nog steeds prachtige mannen en vrouwen, die met grote toewijding zich geroepen weten tot het ambt van het predikant. Dank God voor hun trouw en liefde en bid om moed, kracht en onderscheidingsvermogen om te weten of een roepstem uit een andere gemeente echt Gods roepstem is of niet! Bid ook voor hun huwelijken en gezinnen, die juist in deze periodes grote spanningen doormaken en voor beslissende keuzes staan.
 
Gods rijke zegen en leiding toe gebeden in jullie dienst van de voorbede en dankzegging.
 
Robbert-Jan Perk